Gepubliceerd op 10 juni 2009
Gepubliceerd op 10 juni 2009
'Ook in de toekomst drukken wij onze stempel op het beleidsproces', zegt Geoffrey Underhill
Een team onderzoekers rond Geoffrey Underhill, hoogleraar International governance aan de Faculteit Maatschappij en Gedragswetenschappen, levert een belangrijke bijdrage aan het debat rondom de financiële crisis. De "Groep Underhill" schoof de afgelopen maanden regelmatig aan bij overleggen van internationale beleidsmakers zoals de G20.
Internationale beleidsmakers zijn dringend op zoek naar antwoorden op de vragen die de financiële crisis oproept, zoals beter financieel toezicht en regelgeving. Een team onderzoekers rond Geoffrey Underhill is al langer bezig om zijn onderzoek om te zetten in beleidsvoorstellen, ondersteund door een reeks onderzoekssubsidies. De eerste tekenen dat de onderzoeksresultaten van Underhill en zijn mede-onderzoekers tot het beleidsdebat door begonnen te dringen kwamen tijdens een discussiebijeenkomst georganiseerd door het Zuid-Afrikaanse ministerie van Financiën en centrale bank samen met het NGO Reinventing Bretton Woods Committee (RBWC). Deze bijeenkomst vond enkele dagen voor de G20-bijeenkomst in Durban (september 2007), plaats - net tijdens het uitbreken van de crisis. Underhill presenteerde hier een briefing waarvan de Afrikaanse landen in de voorbespreking van de G20 top al gebruik hadden gemaakt. Terwijl de crisis zich in alle hevigheid ontvouwde in 2008, werd Underhill uitgenodigd voor forums en paneldiscussies bij het Chatham House in London, het SAIS in Washington, het Instituut voor Beleidsdialoog van Joseph Stiglitz, het Canadese ministerie van Financiën en de Centre for International Governance Innovation in Canada, Harvard Business School, et cetera.
De laatste maanden is Underhill ook nauw betrokken geweest bij de beleidsdialoog. Hierbij bouwt hij voort op zijn betrokkenheid bij verschillende onderzoeksnetwerken zoals het Internationale Monetaire Conventie-project, de Stiftung Wissenschaft und Politik (SWP) in Berlijn en het World Economy and Finance-programma. De aanloop naar de recente G20 top in London april jl. leverde een nieuwe kans op om onderzoeksresultaten te presenteren aan beleidsmakers. Tijdens discussiebijeenkomsten voorafgaand aan deze top heeft Underhill een hervormingsvoorstel kunnen presenteren: een "voorzorgsprincipe" in het kader van de Transatlantische Dialoog in Berlijn, 26/27 maart 2009. Dit principe bestaat uit internationaal toezicht op banken, mede gebaseerd op succesvolle praktijk uit het Canadese bankwezen. Het pakt het probleem van complexe, innovatieve gesecuritiseerde financiële producten aan). Er volgde een grote conferentie in Parijs (30 maart jl.) georganiseerd door de centrale bank van Frankrijk en het RBWC die richt zich op de macro-economische situatie, de stimuleringspakketten en (mogelijke) crises in nieuwe EU lidstaten. Underhill: ‘Het werd duidelijk dat er in de aanloop naar de G20 veel minder meningsverschillen waren dan de media persvoorlichters ons wilden doen geloven, en dat de G20 top zeker niet in onenigheid zou eindigen.'
Vaak wordt verondersteld dat de financiële crisis zonder enige waarschuwing toesloeg, maar die mening bestrijdt Underhill. ‘Samen met een reeks economen en beleidsdeskundigen heb ik al langere tijd betoogd dat het financiële systeem voor grote problemen stond. Deze zijn een gevolg van macro-economische onevenwichtigheden in de mondiale economie en een onjuiste benadering van regulering en toezicht. De marktgebaseerde benadering van financieel toezicht die ontwikkeld is sinds midden jaren 90 kent grote problemen. Onder andere omdat de onderliggende veronderstellingen over de stabiliteit van het financiële systeem twijfelachtig zijn.'
Daarnaast schort er het een en ander aan de internationale standaarden op het gebied van het financiële toezicht, betoogt Underhill. ‘Die standaarden zijn onder de invloed van lobby-activiteiten door private partijen totstandgekomen. Zolang het beleidsproces beperkt blijft tot een technische discussie tussen risk managers uit de private sector en financiële toezichthouders uit de ontwikkelde landen, is het onwaarschijnlijk dat het nieuwe beleid de financiële stabiliteit genereert voor het brede publiek. Dit brede publiek betaalt echter uiteindelijk wél de rekening van de fouten in het financiële toezicht. Nu de crisis heeft toegeslagen, zijn de beleidsmakers duidelijk op zoek naar een nieuwe manier van denken.'
Ook de komende maanden schuift de "Groep Underhill" daarom regelmatig aan bij debatten over de crisis. Het onderzoek dat uiteindelijk de basis vormt voor de input bij al deze bijeenkomsten wordt gefinancierd door een nieuw project in het kader van het Europese zevende raamwerkprogramma. Dit project, Politics, Economics, and Global Governance: the European Dimensions (PEGGED), is afgelopen zomer begonnen en heeft € 3,2 miljoen ontvangen van de EU. De UvA is in dit project de grootste deelnemer; partnerinstituten zijn deze keer de universiteit van Oxford, London School of Economics, de Graduate Institute of International and Development Studies (Geneva), ECARES aan de Université Libre de Bruxelles, de Centre for Economic Policy Research in London, en de Europese Universiteit in Florence (EUI). ‘Ook in de toekomst zullen wij dus onze stempel op het beleidsproces gaan drukken', besluit Underhill.
Bron: FMG Communicatie
|