Gepubliceerd op 22 juni 2009
Gepubliceerd op 22 juni 2009
Sjoerd Karsten is als onderzoeker verbonden aan het SCO-Kohnstamm Instituut, dat een van de zeven deelnemers aan het onderzoeksproject is
De samenleving verandert in rap tempo, en scholen en schoolsystemen moeten daarop inspelen. Hoe gebeurt dat? En wat is de rol van beleidsmakers, ouders, het bedrijfsleven, docenten en leerlingen daarbij? Het internationale onderzoeksproject GOETE moet antwoorden geven op die vragen. Het SCO-Kohnstamm Instituut is een van de zeven deelnemende instituten aan het project, dat wordt gefinancierd door de Europese Commissie.
‘Het onderwijs is zodanig veranderd, dat het de jeugd van mensen heeft opgerekt', vertelt Sjoerd Karsten, bijzonder hoogleraar Beleid en organisatie van het beroepsonderwijs. Karsten is als onderzoeker verbonden aan het SCO-Kohnstamm Instituut, dat een van de zeven deelnemers aan het onderzoeksproject is. ‘Vroeger waren de keuzemogelijkheden beperkt; mensen deden wat hun ouders en familie ook deden. Nu zijn de keuzemogelijkheden enorm, en zijn ook de biografieën van mensen steeds heterogener geworden.'
Ook de eisen van de samenleving en het bedrijfsleven zijn veranderd; de kennismaatschappij vraagt om andere opleidingen, om éducation permanente. Daarnaast hebben samenlevingen behoefte aan maatschappelijke betrokkenheid en sociale integratie. De vraag hoe schoolsystemen, beleidsmakers, scholen, het bedrijfsleven, leraren, ouders en leerlingen daarop inspelen, staat centraal in het onderzoeksproject Governance of Educational Trajectories in Europe (GOETE). Aan het project nemen behalve het SCO-Kohnstamm Instituut ook onderzoeksinstituten deel uit Duitsland, Slovenië, Finland, Engeland, Frankrijk, Italië en Polen. ‘Hierdoor is het mogelijk om de zeven deelnemende landen met elkaar te vergelijken, en te zien wat de successen en zwaktes zijn.'
Het schoolsysteem speelt een belangrijke rol in dit onderzoek, aangezien dat een grote invloed kan hebben op de toekomst van leerlingen. ‘In Nederland laten we kinderen al heel snel kiezen en voorsorteren - zeker voor het beroepsonderwijs - terwijl leerlingen in Finland pas veel later hun keuze moeten maken. Het Franse systeem is weer erg schools, terwijl Engeland er vrij liberale opvattingen op nahoudt wat betreft het onderwijs. Al die systemen hebben zo hun voor- en nadelen. We kunnen bijvoorbeeld heel enthousiast zijn over het Finse systeem, maar we moeten ons wel realiseren dat Finland veel ruraler en kleinschaliger is, en dat dingen daar dus gemakkelijker te organiseren zijn. Daarnaast kent Finland nauwelijks migranten. We zijn in Nederland altijd vrij negatief over ons eigen onderwijssysteem, maar er zitten ook zeker goede kanten aan.'
Het project GOETE is uniek in zijn onderzoeksgebied, aangezien het niet alleen focust op het schoolsysteem, maar ook de rol van ouders, docenten, het bedrijfsleven, beleidsmakers en leerlingen erbij betrekt. ‘Door hun rollen en invloeden te bekijken, kunnen we zaken veel beter verklaren en vergelijken dan wanneer we alleen de systemen zouden bestuderen. Immers, die actoren hebben allemaal hun invloed op de schoolcarrières van kinderen. Als het bedrijfsleven in tijden van economische vooruitgang aan leerlingen "trekt", zullen deze wellicht eerder geneigd zijn hun opleiding niet af te maken. De wijze waarop leraren geschoold worden, heeft ook zijn weerslag op de keuzes die leerlingen maken. Door al deze zaken te bekijken, krijgen we een compleet beeld van de situatie in de diverse landen.'
GOETE wordt gefinancierd door de Europese Commissie met een totaalbedrag van meer dan € 2 miljoen. Het project start waarschijnlijk in oktober 2009 en heeft een looptijd van drie jaar.
Auteur: Esther van Bochove, afdeling Communicatie FMG
Bron: FMG Communicatie
|