Gepubliceerd op 8 juli 2005
Het Media & Communicatie Instituut (M&CI) is opgericht in januari 2003 en functioneert sinds september 2003 als zelfstandig onderwijsinstituut. Het instituut biedt opleidingen aan op het gebied van media en communicatie. Het Media & Communicatie Instituut verzorgt drie geaccrediteerde opleidingen: de bachelor en master Communicatiewetenschap en de Engelstalige onderzoeksmaster Communication Science. Er zijn ruim 1200 actieve studenten. De onderwijsdiscipline Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam is daarmee de grootste binnen Nederland en een van de grootste binnen Europa.
Communicatiewetenschap aan de UvA is de Nederlandse marktleider op het gebied van wetenschappelijke communicatie en media opleidingen. De visie wordt als volgt omschreven: - In termen van kwaliteit is het streven om de kwaliteit van het onderwijs verder te ontwikkelen en op peil te houden. Speerpunten daarbij zijn (1) bewaking van de onderlinge samenhang van de modulen, (2) de inbreng van onderzoek in het onderwijs en (3) verbetering van de relatie met de arbeidsmarkt.
- In termen van kwantiteit is het streven naar een minimaal stabiele en als het kan een voorzichtige groei; in ieder geval de Nederlandse marktleider blijven. De omvang van de studentenpopulatie moet het mogelijk maken om de breedheid en diversiteit van de opleidingen te handhaven en nieuwe aan te bieden.
- In termen van onderscheidend vermogen willen we ons profileren met onze sterke punten. CW is een brede discipline die naast het traditionele
object van maatschappelijke communicatie ook aandacht besteed aan bedrijfscommunicatie. We zijn ook breed en multidisciplinair qua wetenschappelijke benadering van het object (psychologie, sociologie, economie, kwalitatief, kwantitatief). Tot slot is er een gedegen docentenstaf die verbonden is aan de nationaal en internationaal gewaardeerde onderzoeksschool the Amsterdam School of Communications Research (ASCoR). - In termen van type student. CW-ers kenmerken zich door een grote mate van zelfstandigheid. Daarnaast hebben zij brede en meer specialistische kennis van verschillende communicatievraagstukken. Het zijn sociale wetenschappers, wat betekent dat ze gedegen onderzoeksvaardigheden bezitten, midden in de samenleving staan en zich daarmee bewust zijn van hun maatschappelijke rol als cw-er. Tot slot beschikken afgestudeerden over zowel meer praktische als analytische vaardigheden en kenmerken zij zich door een kritische, reflectieve blik.
Bij de onderwijskundige visie staat de vraag centraal: hoe en met welke middelen wordt de inhoudelijke visie nagestreefd? De volgende lijnen zijn leidend in het aangeboden onderwijs. - Van intensieve begeleiding naar zelfstudie. In de propedeuse van de bachelor CW is sprake van intensieve begeleiding, bij alle vakken met hoorcolleges zijn ook wekelijkse of tweewekelijkse begeleidingsgroepen. De verdeling tussen grootschalig onderwijs en kleinschalig onderwijs is nagenoeg gelijk. Propedeuse studenten hebben wekelijks 10-12 contacturen. Daarnaast heeft elke student een tutor waarmee in het eerste jaar twee individuele gesprekken worden gehouden. In de vervolgfase (het 2e en 3e jaar) wordt het accent verlegd naar meer zelfstudie. Het aantal contacturen neemt iets af, de student wordt gestimuleerd om zelfstandig de literatuur te bestuderen. Aan het einde van de bachelor worden een individuele stage en thesis afgerond.
- Aandacht voor inhoud en praktische vaardigheden. De bachelor CW kenmerkt zich door een combinatie van inhoudelijke theoretische vakken en practica waarin aandacht voor vaardigheden is. Studenten leren tijdens deze practica hoe zij mondeling moeten presenteren, papers moeten schrijven, literatuur- en empirisch onderzoek moeten uitvoeren. Daarnaast wordt in de begeleidingsgroepen van de M&T vakken aandacht besteed aan praktische onderzoeksvaardigheden zoals het werken met statistische programmatuur.
- Aandacht voor de beroepspraktijk. Communicatiewetenschap is een sociale wetenschap, die midden in de maatschappij staat. In de opleidingen komt dit tot o.a. tot uiting door actuele thematiek. Er is echter naast theorie ook aandacht voor de beroepspraktijk. Binnen de bachelor is er het vak Communicatieadvies waarin expliciet aandacht wordt besteed aan de praktische toepasbaarheid van dat wat in de studie wordt geleerd. Daarnaast zijn alle studenten in de bachelor fase verplicht een praktijkstage te volgen. Deze stage lopen studenten bij een zelf gezochte en gekozen organisatie waar ze gedurende ongeveer drie maanden meelopen en allerlei werkzaamheden verrichten. In het stageverslag worden studenten geacht een relatie te leggen tussen de beroepspraktijk en de theorie.
- Hoge studierendementen. Het streven is er opgericht dat studenten die serieus meedoen aan een onderwijsonderdeel dat ook met een voldoende resultaat zullen afsluiten. Tijdens de propedeuse kan het voorkomen, dat studenten niet goed presteren omdat ze een verkeerde studiekeuze gemaakt hebben. Het beleid is er op gericht om dat zo snel mogelijk te onderkennen en die studenten vervolgens te helpen bij zoeken van alternatieven (zie studiebegeleiding).
- Aandacht voor studiebegeleiding aan alle studenten. Studenten lopen tijdens hun opleiding tegen verschillende type problemen en vragen aan. Naast inhoudelijke vragen en problemen (de juiste studiekeuze, de invulling van de keuzeruimte, de keuze voor een master, de keuze voor een specialisatie) hebben studenten te maken met problemen van een meer persoonlijke aard die hun studievoortgang kunnen beïnvloeden. Het M&CI biedt studiebegeleiding aan alle studenten door de aanwezigheid van studieadviseurs met wekelijkse inloop/telefonische spreekuren. Daarnaast kan elke student een individuele afspraak maken. Propedeusestudenten worden tijdens de propedeuse tweemaal uitgenodigd bij een toegewezen tutor voor een individueel voortgangsgesprek. Daarnaast ontvangen zij in januari een schriftelijk eerstejaarsadvies. Ook studenten van de onderzoeksmaster krijgen een tutor toegewezen die hen begeleidt bij studiekeuzes en introduceert binnen de onderzoeksschool ASCoR.
- Stimuleren van talentvolle studenten. Studenten die opvallen door goede studieresultaten worden door het onderwijsinstituut gestimuleerd deel te nemen aan het disciplinair honeursprogramma. Daarnaast worden studenten geattendeerd op het volgen van extra keuzevakken buiten hun reguliere programma.
- Keuzevrijheid voor studenten. Binnen elk van de drie aangeboden opleidingen is keuzevrijheid voor studenten een belangrijk uitgangspunt. In de bachelor kunnen studenten een gedeelte van hun opleiding invullen met keuzevakken binnen en buiten de opleiding, een minor of een periode in het buitenland. Daarnaast is er bij allerlei verplichte modules keuze uit verschillende onderwerpen. In de master staan verdieping en specialisatie centraal, desalniettemin heeft de student voor wat betreft de precieze invulling van de opleiding keuzevrijheid (keuze voor een specialisatie en keuze voor seminars).
- Aantrekkelijk onderwijsprogramma door afwisseling in onderwijsvormen. Het onderwijs kenmerkt zich door een variatie in onderwijsvormen. Naast grootschalige hoorcolleges worden kleinschalige werkgroepen aangeboden. De inzet van de leeromgeving Blackboard zorgt voor een vorm van digitaal onderwijs naast face-to-face onderwijs.
Bron: Media & Communicatie Instituut
|