Informatie voor
Studiekiezers
Studenten
Medewerkers
Alumni
Gepubliceerd op 20 mei 2009

235 leerplichtige kinderen gaan niet naar school

Het grootste deel van deze groep krijgt thuisonderwijs

Gepubliceerd op 20 mei 2009

In Nederland bezochten 235 kinderen leerplichtige kinderen in het schooljaar 2006-2007 geen school. Hun ouders dienden voor hen een zogeheten geldig richtingbezwaar in. Verreweg de meeste kinderen van deze groep krijgen thuisonderwijs. Dat blijkt uit een onderzoek dat het SCO-Kohnstamm Instituut (Universiteit van Amsterdam) uitvoerde in opdracht van Onderwijs-staatssecretaris Sharon Dijksma.

Volgens de Leerplichtwet zijn kinderen van 5 tot 16 jaar verplicht een school te bezoeken. Echter, ouders hebben de mogelijkheid om een richtingsbezwaar in te dienen op grond van levensovertuiging. Onderzoeker Henk Blok, die samen met Sjoerd Karsten het onderzoek uitvoerde, licht toe: ‘Een aantal ouders vindt dat het onderwijs zoals dat op scholen wordt gegeven, indruist tegen hun levensovertuiging. Ongeveer de helft wijst schoolonderwijs af om religieuze redenen - je kunt hierbij denken aan lutheranen, zevendedagsadventisten, bevindelijk gereformeerden, joden en oosters-orthodoxen. De andere helft bestaat uit niet-religieuzen uit de humanistisch-holistische hoek. Voor allen geldt, dat zij sterk betrokken zijn bij de ontwikkeling van hun kind en dat ze een grote behoefte voelen om hun eigen ideeën op hun kinderen over te dragen.'

Vervangend onderwijs

Ouders die een geldig richtingbezwaar hebben ingediend, worden door de Leerplichtwet niet verplicht om voor vervangend onderwijs te zorgen. Maar uit het onderzoek van Blok en Karsten blijkt dat ouders dat uit zichzelf tóch wel doen. In verreweg de meeste gevallen betreft het thuisonderwijs dat door de ouders zelf wordt verzorgd. Een situatie die in Nederland wellicht uniek is, maar die in veel andere westerse landen veel vaker voorkomt. Blok: ‘In onder andere Canada, de Verenigde Staten, Engeland, Ierland en de Scandinavische landen zijn kinderen verplicht onderwijs te volgen, maar dat hoeft niet per se op school. In die landen ontvangen veel meer kinderen dan bij ons thuisonderwijs of een andere vorm van vervangend onderwijs buiten de school om. Alleen in Nederland, Duitsland en Spanje is de leerplicht in feite een schoolplicht.'

Geen toezicht

Scholen staan in Nederland onder toezicht van de Onderwijsinspectie, maar dat toezicht ontbreekt op dit moment in het thuisonderwijs. Dijksma speelt met het idee om een toezichthoudende instantie (zoals de Onderwijsinspectie) ook het thuisonderwijs te laten controleren. Uit het onderzoek van Blok en Karsten blijkt dat ouders geen bezwaar hebben tegen toezicht, tenzij de toezichthouder sanctionerende macht heeft. Een adviserende functie is voldoende, vinden de ouders.

Minder argwaan

Volgens de onderzoekers is het ook nog maar zeer de vraag of sanctionerend toezicht de kwaliteit van het thuisonderwijs zou verhogen. Allereerst blijkt uit diverse onderzoeken dat kinderen die thuisonderwijs hebben gevolgd, het zeker niet slechter doen dan kinderen die een school hebben bezocht. Daarnaast is de bevordering van de kwaliteit van thuisonderwijs waarschijnlijk meer gediend met ondersteuning en advisering dan met  sanctionerend toezicht. Denk aan een financiële bijdrage voor bijvoorbeeld leermiddelen, cursussen, excursies. Op dit moment betalen ouders van kinderen met een richtingbezwaar alles uit eigen zak. Daarnaast hebben ouders behoefte aan een betere toegang tot expertise. ‘Een bundeling van de kennis die nu verspreid is over scholen, educatieve uitgeverijen en adviesbureaus zou ideaal zijn.' Ten slotte voelen de onderzoekers wel voor een betere voorlichting over het richtingbezwaar en het vervangende onderwijs. ‘Ouders kunnen daardoor een betere afweging maken én het kan er toe leiden dat ouders met een richtingbezwaar met minder argwaan worden bekeken door scholen, buren en kennissen.'

Auteur: Esther van Bochove, afdeling Communicatie FMG

Bron: FMG Communicatie