Nieuws en Agenda
Hoe ga je om met tegengestelde belangen en boze burgers?
UvA-onderzoekers ondersteunen grote steden bij conflictsituaties

UvA-onderzoekers verzorgen de komende maand op onderzoek gebaseerde conflicttrainingen bij de gemeente Den Haag. Tijdens deze trainingen leren bestuurders, beleidsmakers en andere professionals hoe ze ze effectiever kunnen samenwerken en hoe ze conflicten kunnen oplossen. De trainingen maken deel uit van het vierjarig onderzoeksproject "Buurten, Spanningen en Conflicten".
Het onderzoeksproject "Buurten, Spanningen en Conflicten" omvat casusonderzoek, de trainingen aan professionals, zogeheten practitioner profiles en reflecties op het onderzoek met de partners. Het onderzoeksproject wordt uitgevoerd door de Amsterdam School for Social science Research (een onderdeel van de Universiteit van Amsterdam) met financiering van NICIS en de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht).
De resultaten die uit het onderzoek voortvloeien, gebruiken de wetenschappers om de trainingen nog beter te laten aansluiten op de praktijk van de professionals. De trainingen in Den Haag worden gegeven aan de medewerkers van het zogeheten Veiligheidshuis. Hierin zijn sinds 1 september 2009 onder meer het Openbaar Ministerie, de politie, de Reclassering, het jongerenwerk en andere gemeentelijke diensten vertegenwoordigd. Uit analyses is gebleken dat belangenconflicten tussen deze verschillende professionals de samenwerking negatief kunnen beïnvloeden. ‘Door te onderhandelen kan de capaciteit om met conflicten om te gaan en ze op te lossen worden vergroot, vertelt David Laws, projectleider van "Buurten, Spanningen en Conflicten". ‘Daarnaast kan een beter besef van onderhandelen de communicatie tussen verschillende organisatieculturen verbeteren.' Mara Schoots, als onderzoeker verbonden aan het project, vult aan: ‘Dat doen we bijvoorbeeld door rollenspellen met elkaar te spelen, gebaseerd op echte situaties die uit het casusonderzoek naar conflicten naar voren zijn gekomen. Bij deze rollenspellen worden beide partijen van een stukje informatie over een conflict voorzien, zonder exact te weten wat de ander beweegt in dat conflict. Als de partijen met elkaar onderhandelen, spelen de uitgesproken én onuitgesproken meningen een rol in de discussie.'
De in totaal 60 deelnemers leren in vier dagdelen verschillende onderhandelingstechnieken, en krijgen meer informatie over hoe conflicten ontstaan en escaleren. Ook voorbeelden uit de eigen praktijk, namelijk hoe ze moeten omgaan met kwade burgers, komen aan de orde.
Dood van de Amsterdamse tasjesdief
De diverse conflictsituaties die de UvA-wetenschappers onderzoeken, omvatten onder meer de stadsvuren en autobranden tijdens de jaarwisseling in Den Haag en de consternatie naar aanleiding van de dood van de tasjesdief in Amsterdam. Schoots: ‘Het is niet de bedoeling dat wij gemeenten op de vingers tikken; we willen hen alleen laten zien hoe je bepaalde zaken ook kunt aanpakken.'
Het afgelopen jaar werkten de onderzoekers nauw samen met gastdocent John Forester, die zeer deskundig is op het gebied van conflicthantering. Hij hield interviews met diverse mensen over de manier waarop zij met bepaalde conflicten zijn omgesprongen, ook wel practitioner profiles genoemd. Uit die gesprekken destilleerde hij praktisch bruikbare handvatten. Zo bleek bijvoorbeeld dat veel conflicten tijdens een etentje of in de kroeg worden beslecht. Laws: ‘Er is dus soms een redesign nodig van de manier van onderhandelen en discussiëren. Het is de vraag of een inspraakavond wel altijd het geëigende middel is; een minder formele manier zou wel eens veel beter kunnen werken.'
Kans op verandering
Hoewel conflicten een negatieve connotatie hebben, hoeven ze lang niet altijd negatief te zijn, stellen de onderzoekers. ‘Integendeel', zegt Laws. ‘Een conflict brengt een bepaalde energie naar boven, het is een kans om zaken te veranderen en te verbeteren.' Schoots vult aan: ‘De manier waarop je vervolgens met het conflict omspringt, kan destructief of juist constructief werken. Dat is waar het in ons onderzoek over gaat.'
Auteur: Esther van Bochove, afdeling Communicatie FMG

